Imágenes de página
PDF
ePub

een schoorsteen, aan de noordzijde een bedstede en portaal en aan de oostzijde kasten had. De zuidzijde werd waarschijnlijk door vensters ingenomen. Uit dit alles kan worden afgeleid, dat dit vertrek aan den achtergevel was uitgebouwd, en wel aan de noordzijde van het huis, zoodat het met vensters aan de zuidzijde uitzicht had in een tuin.

De verzameling van teekeningen levert een belangrijke bijdrage tot onze kennis van de bouwkunst der zeventiende eeuw. Niet alleen stelt zij ons in staat, om het werk van twee der meest bekende architecten uit dien tijd, PIETER POST en PHILIPS VINGBOONS, met elkander te vergelijken, maar ook om ons eenig denkbeeld te vormen van de taak, die toen een bouwmeester te vervullen had. Die taak verschilde van die, welke de architect van tegenwoordig heeft. Het aangeven der constructie toch, thans een der voornaamste bezigheden van den ontwerper, speelde in de zeventiende eeuw maar een rol van weinig beteekenis. Slechts twee constructieteekeningen komen in de verzameling voor, één van den onderdrempel eener voordeur, die van een lekdrempel en waterhol is voorzien, en waaronder een steenen drempel is aangegeven, die een goot vertoont, waaruit het water, dat hij wind onder de deur naar binnen kwam, door een buis kon afvloeien naar een regenbak. De tweede teekening getrocken uyt eenige oude aenteyckeningen" geeft een andere constructie van een voordeurdrempel aan, waarbij door lood getracht is, het water buiten te houden.

De overige teekeningen hebben slechts op de architectuur als kunst betrekking. Voor het verwezenlijken der gedachten van den architect zorgden de werklieden. Het is wel jammer, dat op slechts een twaalftal teekeningen den naam van P. J. POST voorkomt. Want nu verkeeren wij in de onzekerheid omtrent de meesters, die de andere 116 gemaakt hebben. Enkele, die geheel overeenkomen met de afbeeldingen, in PHILIPS VINGBOONS' plaatwerk van 1648 opgenomen, zijn ongetwijfeld van dien meester. Eenige andere vertoonen dezelfde hand, en ik zou dus geneigd zijn, ook deze aan VINGBOONS toe te schrijven.

Wij kennen het teekenwerk van POST uit het handschrift, dat de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage bezit en dat 37 afbeeldingen van het Mauritshuis, in 1652 gemaakt, bevat. Veel van de teekeningen, die nu aan het Ministerie van Binnenlandsche Zaken berusten, zijn in denzelfden geest.

Het teekenwerk van VINGBOONS heeft een ander karakter. Het is losser, naar de hedendaagsche opvatting ook artistieker gedaan. De lijnen zijn deels met de trekpen, deels met de schrijfpen in spijkerinkt ten papiere gebracht. Daarna zijn enkele schaduwen met een penseel aangegeven, en ten slotte is het geheel in verschillende kleuren gewasschen.

Bij het detailleeren houdt hij zich streng aan de regelen van SCAMOZZI, en waar het maar eenigszins mogelijk is brengt hij pilasters en hoofdgestellen aan. Ook is een eigenaardigheid van POST zijn liefhebberij voor festoenen en arabesken, die hij zoowel aan de zolderingen als aan de wanden overvloedig gebruikt. Door die festoenen ontstaat dikwijls een zekere onrust.

[ocr errors]

- een

Dat iedere bouwstof haar eigen vormen en behandeling verlangt eisch, die de negentiende eeuw stelde werd in de zeventiende eeuw niet als noodzakelijk erkend. De klassieke orden dienden zoowel voor het houten tuinhuis, dat met Toskaansche zuilen, pilasters en een fronton prijkt, als voor het steenen hoofdgebouw en zijn binnenbetimmeringen.

Daar het huis Vreedenburch in het begin der negentiende eeuw gesloopt is, kan men de teekeningen niet met de werkelijkheid vergelijken en blijft het onzeker, welke voor de uitvoering gediend hebben. Ook het huis te Amsterdam is in de achttiende eeuw verdwenen.

Tot dusver meende men, dat POST niet te Amsterdam had gewerkt. Doch uit de teekeningen blijkt, dat ook de Amstelstad een harer huizen door dezen Haagschen meester heeft zien verbouwen.

[blocks in formation]
[ocr errors]

Opmeting der gronden in de Beemster. „Den 6en Juny 1637 heb ick ondergeschr. geadmitteerde landmeter van sr. DIRCK ALEWIJN gemeten 14 morgen 378 roeden".

Gemerkt No. 3.

1639.

2.

3.

Gevelteekening van P. J. POST, 8 Februari 1639.

Gemerkt No. II en 38.

Gevelteekening van P. J. POST, 8 Februari 1639. Variant.

Gemerkt No. 12 en 39.

Gevelteekening van P. J. POST, 8 Februari 1639. Variant.

4.

een schoorsteen, aan de noordzijde een bedstede en portaal en aan de oostzijde kasten had. De zuidzijde werd waarschijnlijk door vensters ingenomen. Uit dit alles kan worden afgeleid, dat dit vertrek aan den achtergevel was uitgebouwd, en wel aan de noordzijde van het huis, zoodat het met vensters aan de zuidzijde uitzicht had in een tuin,

De verzameling van teekeningen levert een belangrijke bijdrage tot onze kennis van de bouwkunst der zeventiende eeuw. Niet alleen stelt zij ons in staat, om het werk van twee der meest bekende architecten uit dien tijd, PIETER POST en PHILIPS VINGBOONS, met elkander te vergelijken, maar ook om ons eenig denkbeeld te vormen van de taak, die toen een bouwmeester te vervullen had. Die taak verschilde van die, welke de architect van tegenwoordig heeft. Het aangeven der constructie toch, thans een der voornaamste bezigheden van den ontwerper, speelde in de zeventiende eeuw maar een rol van weinig beteekenis. Slechts twee constructieteekeningen komen in de verzameling voor, één van den onderdrempel eener voordeur, die van een lekdrempel en een waterhol is voorzien, en waaronder een steenen drempel is aangegeven, die een goot vertoont, waaruit het water, dat hij wind onder de deur naar binnen kwam, door een buis kon afvloeien naar een regenbak. De tweede teekening getrocken uyt eenige oude aenteyckeningen" geeft een andere constructie van een voordeurdrempel aan, waarbij door lood getracht is, het water buiten te houden.

De overige teekeningen hebben slechts op de architectuur als kunst betrekking. Voor het verwezenlijken der gedachten van den architect zorgden de werklieden. Het is wel jammer, dat op slechts een twaalftal teekeningen den naam van P. J. POST voorkomt. Want nu verkeeren wij in de onzekerheid omtrent de meesters, die de andere 116 gemaakt hebben. Enkele, die geheel overeenkomen met de afbeeldingen, in PHILIPS VINGBOONS' plaatwerk van 1648 opgenomen, zijn ongetwijfeld van dien meester. Eenige andere vertoonen dezelfde hand, en ik zou dus geneigd zijn, ook deze aan VINGBOONS toe te schrijven.

Wij kennen het teekenwerk van POST uit het handschrift, dat de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage bezit en dat 37 afbeeldingen van het Mauritshuis, in 1652 gemaakt, bevat. Veel van de teekeningen, die nu aan het Ministerie van Binnenlandsche Zaken berusten, zijn in denzelfden geest.

Het teekenwerk van VINGBOONS heeft een ander karakter. Het is losser, naar de hedendaagsche opvatting ook artistieker gedaan. De lijnen zijn deels met de trekpen, deels met de schrijfpen in spijkerinkt ten papiere gebracht. Daarna zijn enkele schaduwen met een penseel aangegeven, en ten slotte is het geheel in verschillende kleuren gewasschen.

Bij het detailleeren houdt hij zich streng aan de regelen van SCAMOZZI, en waar het maar eenigszins mogelijk is brengt hij pilasters en hoofdgestellen aan. Ook is een eigenaardigheid van POST zijn liefhebberij voor festoenen en arabesken, die hij zoowel aan de zolderingen als aan de wanden overvloedig gebruikt. Door die festoenen ontstaat dikwijls een zekere onrust.

[ocr errors]

een

Dat iedere bouwstof haar eigen vormen en behandeling verlangt eisch, die de negentiende eeuw stelde werd in de zeventiende eeuw niet als noodzakelijk erkend. De klassieke orden dienden zoowel voor het houten tuinhuis, dat met Toskaansche zuilen, pilasters en een fronton prijkt, als voor het steenen hoofdgebouw en zijn binnenbetimmeringen.

Daar het huis Vreedenburch in het begin der negentiende eeuw gesloopt is, kan men de teekeningen niet met de werkelijkheid vergelijken en blijft het onzeker, welke voor de uitvoering gediend hebben. Ook het huis te Amsterdam is in de achttiende eeuw verdwenen.

Tot dusver meende men, dat POST niet te Amsterdam had gewerkt. Doch uit de teekeningen blijkt, dat ook de Amstelstad een harer huizen door dezen Haagschen meester heeft zien verbouwen.

[blocks in formation]

I.

Opmeting der gronden in de Beemster. „Den 6en Juny 1637 heb ick ondergeschr. geadmitteerde landmeter van sr. DIRCK ALEWIJN gemeten 14 morgen 378 roeden".

Gemerkt No. 3.

1639.

2.

3.

Gevelteekening van P. J. POST, 8 Februari 1639.

Gemerkt No. II en 38.

Gevelteekening van P. J. POST, 8 Februari 1639. Variant.

Gemerkt No. 12 en 39.

Gevelteekening van P. J. POST, 8 Februari 1639. Variant.

4.

5. Ontwerp voor een brug door P. J. POST, 2 Maart 1639.

Gemerkt No. 120.

6. Ontwerp voor een brug door P. J. POST, 2 April 1639.

7.

II.

12.

Gemerkt No. 118.

8, 9 en 10. Vier plattegrondteekeningen door P. J. POST, 21 en 22 September 1639.

Gemerkt Nos. 35-38.

1640.

Opstandteekening van een brug door P. J. POST, 6 Maart 1640.

Gemerkt No. 119.

Variant van de brug, door P. J. POST, 6 Maart 1640.

[blocks in formation]

18.

Gemerkt No. 6 en 6.

een plattegrond, waarschijnlijk door PHILIPS VINGBOONS, 2

Schets van
September 1642.

Gemerkt No. 22.

Variant van den vorigen plattegrond.

Gemerkt No. 21.

Schets van een achtergevel, waarschijnlijk door VINGBOONS, 7 September 1642.
Gemerkt No. 44.

19. Plattegrond van het huis, met stal en woningen, 12 September 1642.
Gemerkt No. 9.

20.

21.

„Grondt- ende Standteyckeningh om aen te wijzen Hoe de muyren die het Voorhuys Ende Sydelcamer scheyden Ende de Sydelcamer ende Achtercamer onder in de kelders zullen onderfangen worden", 24 December 1642. Gemerkt No. 24.

1643.

Detail van den hoofdingang, waarschijnlijk door VINGBOONS. 15 Februari 1643.

« AnteriorContinuar »